Transmissie van de scooter (2&4 takt)
De transmissie van een scooter bestaat uit een vario, een koppeling en een eindvertraging. De vario heeft eigenlijk oneindig veel versnellingen. De overbrengingsverhouding kan met oneindig kleine stapjes gevarieerd worden.
De vario werkt net als de versnellingen op je fiets. Je schakelt steeds naar een zwaardere versnelling, zodat je zelf met hetzelfde tempo kunt blijven trappen. In tegenstelling tot een schakelaar op je fiets, werkt de vario van je scooter automatisch. Hoe dat komt laten we nu zien.
Op onderstaande foto zie je de belangrijkste onderdelen van de vario/aandrijving/transmissie.
1.V-snaar/tandriem (zwart)
2.Drukveer (oranje)
3.Centrifugaalkoppeling (grijs), met koppelingshuis (blauw)
4.Voorste poulie (rood), met verstelbare diameter
5.Verstelmechanisme (rood/groen), met rolletjes (blauw)
6.Achterste poelie (geel), met verstelbare diameter
7.Deksel eindvertraging (wit)
De voorste poelie is samen met het verstelmechanisme direct op de krukas van de motor gemonteerd. De achterste poelie is verbonden met een centrifugaalkoppeling. Het koppelingshuis is via tandwielen verbonden met het achterwiel van de scooter. Dit zijn de tandwielen van de eindvertraging. Achter het witte deksel kun je deze tandwielen zien (zie afb 2 en 3). De eindvertraging is nodig omdat de achterste poulie van de vario nog erg veel toeren maakt. Teveel om direct op het achterwiel te monteren.
De voorste (rood) en de achterste (geel) poelie bestaan beide uit twee schijven. Tussen de schijven loopt de v-snaar. De afstand tussen de beide schijven is verstelbaar gemaakt. Daardoor verstel je eigenlijk de diameter van de poelie waarop de v-snaar loopt. Alsof je de diameter van een tandwiel veranderd. De v-snaar heeft een vaste lengte. Dus als de diameter van de voorste poelie groter wordt, moet de diameter van de achterste poelie kleiner worden. Zo heb je dan een variabele overbrenging voor je scooter.
Verstelling vario
Nu komt het mooiste maar ook ingewikkeld deel van de vario. Hoe verstelt de vario zichzelf zodat je scooter met verschillende snelheden kan rijden? De verstelling van de vario wordt geregeld door de samenwerking van twee onderdelen:
1.Het verstelmechanisme met de rolletjes bij de voorste poelie (zie afb 5)
2.De drukveer (oranje) bij de achterste poelie (zie afb 6)
De drukveer bij de achterste poelie drukt de beide gele schijven naar elkaar toe. De v-snaar wordt daardoor naar buiten geduwd. De diameter van de achterste poelie wordt dan groter.
Bij de voorste poelie zit een verstelmechanisme met rolletjes. De rolletjes (blauw) zijn opgesloten tussen de gradenplaat (groen) en een schijf van de voorste poelie (donkerrood zie afb 7). De gradenplaat en de lichtrode schijf kunnen niet schuiven op de krukas. De rolletjes hebben een heel precies gewicht. Als de krukas meer toeren (omwentelingen) gaat maken, worden deze rolletjes naar buiten geslingerd. Net als bij de centrifugaalkoppeling.
Door de vorm van de gootjes waarin de rolletjes zitten, duwen de rolletjes beide schijven van de voorste poelie naar elkaar toe (zie afb 8 en 9). De rolletjes drukken nu harder dan de drukveer bij de achterste poelie. De diameter van de voorste poelie wordt dan groter. Achter wordt de poeliediameter kleiner.
De scooter gaat dus harder rijden. De drijvende as, met de voorste poelie (rood), gaat langzamer draaien dan de gedreven as, met de achterste poelie (geel). De overbrengingsverhouding wordt kleiner. Op afbeelding 10 en 11 kun je zien hoe de vario werkt bij lage en bij hoge snelheid. Let op de stand van de v-snaar. Bij lage snelheid is de
voorste poelie klein en de
achterste groot.
Bij hoge snelheid is het omgekeerd. Dan is de
voorste poelie groot en de
achterste klein.
Als je tijdens het rijden gas loslaat, wordt het toerental van de krukas lager. De rolletjes drukken nu minder hard tegen de voorste poelie, dan de drukveer bij de achterste poelie. Daardoor gaan de beide schijven van de voorste poelie iets uit elkaar. De diameter van de voorste poelie wordt kleiner. De diameter van de achterste poelie wordt weer groter. De verstelling van de vario is dus een samenwerking tussen de rolletjes en de drukveer. De drukveer zorgt daarbij voor voldoende voorspanning op de v-snaar. Anders zou de v-snaar gaan slippen en kan deze geen kracht overbrengen naar het achterwiel.
Tijdens het optrekken en het afremmen wordt de overbrengingsverhouding van de vario continu gevarierd, een continu variabele transmissie. Zo werkt de vario dus. Ingewikkeld maar wel goed!
Vaak voorkomend probleem
Even terug naar de scooter. Je rijdt even hard met je scooter, neemt wat gas terug en als je dan weer vol gas geeft duurt het een paar seconden voordat je scooter weer verder optrekt richting de topsnelheid.
Dat komt doordat je vario om een of andere reden niet meer goed kan terugschuiven in een lagere versnelling. Meestal is het gewoon omdat je rolletjes heel erg versleten (afgeplat) zijn. Soms kunnen je rolletjes zelfs klem komen te zitten. Dit kan het einde van je vario betekenen als je door blijft rijden. Je zult dan de rolletjes moeten vervangen. Ook de v-snaar is aan slijtage onderhevig...loopt dan niet meer volledig bovenin de vario poelies wat kan resulteren in (wat voelt als) stotteren.
Voor het ontgrenzen van je scooter
Klik Hier
V-snaren/riemen controleren/vervangen
Om een goede aandrijving te garanderen moeten de poelie, V-snaar/riem en snaarspanning in orde zijn. Vervang een V-snaar die:

- te diep/te hoog in de poelie ligt

- geglazuurd oppervlak vertoont (C)
Poelies
Het is belangrijk dat de poelies in lijn liggen. Vervang de poelie als:
=> de flanken sterk gegroefd zijn
=> deze slingert
=> de aanligvlakken blauwe brandplekken vertonen


Om te zware belasting van de lagers in de secundaire overbrenging te voorkomen mag de snaarspanning niet te hoog zijn.
De snaarspanning kan op twee manieren gecontroleerd worden:
=> door de snaar met de duim in te drukken; de indrukking mag dan maximaal 15mm zijn
=> door met een snaar spanningsmeter de spanning te meten.
Variomatic rollen controleren/vervangen
Voor een traploze overbrenging wordt gebruik gemaakt van de centrifugaalkracht op onderdelen. Met andere woorden: in de variokoppeling zitten rollen die door de naar buiten slingerende kracht (centrifugaalkracht) naar buiten geslingerd worden.
Hierbij rollen zij door een schuin lopende baan (geleiders) en verplaatsen zo de beweegbare schijf. Door deze constructie moet je bij controle op een aantal punten letten:
=> De rollen moeten het juiste gewicht hebben. Zijn ze te zwaar; dan worden ze te traag naar buiten geslingerd en zorgen dus voor een verkeerde overbrenging. Zijn ze te licht; dan worden ze te snel naar buiten geslingerd met als gevolg flinke overtoeren en verlies van vermogen.
=> De rollen moeten helemaal rond zijn. Wanneer er een plat vlakje aan zit, rolt hij niet meer en zorgt voor een verkeerde overbrenging.
=> De schuin oplopende baan (rollengootjes) moet zuiver zijn. Wanneer deze niet zuiver is, rolt de rol niet goed.
V-snaar/tandriem en rollengewicht vervangen Klik hier