Web Analytics

Announcement

Collapse
No announcement yet.

Brandstofsystemen @ scooter/bromfiets (werking) controle en aandachtspunten.

Collapse

Header ad

Collapse

first post ad

Collapse
This topic is closed.
X
This is a sticky topic.
X
X
 
  • Filter
  • Time
  • Show
Clear All
new posts

  • Brandstofsystemen @ scooter/bromfiets (werking) controle en aandachtspunten.

    Inleiding:

    Het brandstofsysteem zorgt voor de juiste mengverhouding en hoeveelheid van het brandbaar mengsel.
    De systemen die bij scooters/bromfietsen toegepast worden, kunnen we in twee groepen verdelen:

    => Carburatie
    => Injectie.


    Het is nog steeds zo, dat bij scooters/bromfietsen injectie minder wordt toegepast dan carburatie, o.a. vanwege de hoge kosten en de grote kwetsbaarheid van de elektronica. De regeling van een injectiesysteem is echter nauwkeuriger dan die van een carburateur. We beperken ons nu echter tot het carburatiesysteem.

    Brandstoftank en -leidingen:

    De brandstoftank moet regelmatig gecontroleerd worden op de beluchting, roestvorming en lekkage. Er bestaan diverse beluchtingsystemen. Meestal zorgt de vuldop op de tank voor de beluchting van de brandstoftank.



    De beluchting kan gecontroleerd worden door de leiding aan de carburateur los te nemen. Als de benzine niet uit de leiding stroomt moet je de tankdop afnemen en de tankbeluchting controleren. Stroomt er dan wel benzine uit de leiding, dan is de tankbeluchting verstopt. In sommige gevallen is in de brandstoftank een brandstofpomp met brandstoffilter geplaatst. Controleer de rubber brandstofleidingen visueel op lekkage, beschadigingen en op een deugdelijke bevestiging.

    Aandachtspunten bij het demonteren en monteren van een brandstoftank:

    => Let op voor beschadiging van de lak.
    => Let op de juiste positie van de ophangrubbers.
    => Zorg dat benzine en vacuümslang niet geklemd komen te zitten.


    Brandstofkraan en -filter:

    Met de brandstof- of benzinekraan kun je de benzinetoevoer naar de carburateur afsluiten. Een vacuümbediende brandstofkraan sluit de brandstoftoevoer automatisch af als de motor niet loopt. Je kunt de vacuümbediende brandstofkraan controleren door de kraan open te zetten en de leiding aan de carburateur los te nemen.
    Er mag nu geen brandstof uit de slang stromen. Door nu op de vacuümaansluiting van de kraan een vacuümpomp aan te sluiten en hiermee een onderdruk te creëren kun je zien of de kraan goed werkt.



    Let er hierbij op dat:

    => de benzine in één vloeiende beweging naar buiten stroomt
    => de vacuümdruk constant blijft.


    Meestal is een zeefje geplaatst voor de benzinekraan èn voor de vlotternaald(en). Een brandstoffilter kan op verschillende plaatsen gemonteerd zijn: voor de brandstofkraan of tussen brandstofkraan en vlotterkamer.

    Brandstofpomp:

    Scooters/bromfietsen zijn, als de onderkant van de tank lager ligt dan de vlotterkamer van de carburateur, voorzien van een mechanische, elektrische of vacuüm bediende brandstofpomp. Tegenwoordig worden vrijwel uitsluitend elektrische brandstofpompen toegepast. Als de motor slecht aanslaat en/of inhoudt tijdens het rijden moet de brandstofpomp gecontroleerd worden. Voordat je de storing in de brandstofpomp zelf gaat zoeken, is het verstandig om eerst te controleren of de pomp zelf wel brandstof uit de tank krijgt. De brandstoftoevoer hangt in belangrijke mate af van de druk en de opbrengst van de brandstofpomp. Als een elektrische brandstofpomp geen opbrengst heeft, moet je controleren of hij wel spanning krijgt. Als de pomp geen spanning krijgt, kan bijvoorbeeld het pomprelais of de zekering defect zijn.



    Als een elektrische brandstofpomp moet worden gecontroleerd, volstaat het om het contact aan te zetten, zodat de pomp werkt. Je kunt ook de pompopbrengst controleren.
    Neem daarvoor de persleiding los en houd deze in een maatbeker (zorg dat de maatbeker groot genoeg is). Zet nu gedurende een voorgeschreven tijd het contact aan (zie werkplaatshandboek). Vermenigvuldig de hoeveelheid brandstof in de maatbeker met een voorgeschreven tijdfactor en bepaal zo de opbrengst per tijdseenheid. Wijkt de gemeten waarde af van de fabriekswaarden, dan moet je de brandstofpomp repareren of vervangen.

    Luchtfilter:

    Het luchtfilter is van invloed op de werking van het brandstofsysteem. Een vervuild filter zal vermogensverlies en een hoger brandstofverbruik tot gevolg hebben. Er worden droge filters (papier) en natte filters (schuimstof) toegepast. Natte filters kunnen gereinigd worden, droge filters moeten volgens de voorgeschreven termijn vervangen worden.

    Gas- en chokebedieningsmechanisme:

    Controleer de bedieningskabels regelmatig op beschadigingen en een soepele werking. Controleer ook de vrije slag van de kabels. Let bij het vervangen van de bedieningskabels op de volgende punten:

    => gebruik van originele kabels
    => juiste bevestiging van de kabels
    => smering kabeluiteinden en gashendel
    => smering bedieningsmechanisme aan de carburateurs
    => instellen vrije slag van de kabels.


    Carburateur:

    Voor een optimale werking van de carburateur moet deze exact afgesteld worden. Het controleren, reinigen, afstellen vereist de nodige nauwkeurigheid. Bij een onregelmatig draaiende motor moeten, voordat de carburateur gedemonteerd worden, eerst de volgende punten in orde zijn:

    => de ontsteking
    => de benzinetoevoer
    => de klepspeling en compressie-einddruk (4 takt motorblok)
    => aansluitingen lekvrij (valse lucht).


    Demonteren en reinigen:

    Het is erg belangrijk om vooraf te controleren of er sprake is van vacuümlekkage, met name bij de inlaatspruitstuk. Vaak is dit dan merkbaar aan het slecht terugvallen in toeren van de motor. We kunnen vacuümlekkage opsporen met behulp van een hiervoor bestemde spray. Voer deze controle uit voordat je de carburateur demonteert. Verhelp de eventuele lekkage, voordat je weer opbouwt (bijvoorbeeld door eenpakking of O-ring te vervangen). Als je de carburateur demonteert, leg dan de onderdelen in de volgorde waarin ze uit elkaar gehaald zijn op een schone plek.

    Met behulp van speciale reinigingsmiddelen kun je de wanden en de boringen van de carburateur reinigen. Deze reinigingsmiddelen tasten de overige onderdelen van de carburateur niet aan.

    Controleer na het reinigen de volgende onderdelen op slijtage en/of beschadigingen:

    => carburateurhuis
    => vlotternaald en zitting
    => gasschuif (ook op soepele werking)
    => sproeiernaald en sproeiers
    => startplunjer (choke)
    => membraan 2 takt (let ook op scheuren enz.)
    => gasschuif membraan 4 takt (let ook op scheuren enz.)

    => luchtmengselschroef.




    Om het vlotterniveau te controleren, moet het vlotterdeksel met de pakking worden verwijderd van de carburateur. Met een schuifmaat (of speciaal gereedschap) wordt vanaf de onderkant van het carburateurhuis de afstand tot een punt op de vlotter gemeten. Het niveau kan indien nodig aangepast worden door verbuigen van de vlotteraanslag, indien deze van metaal is.



    Het komt ook voor dat de fabrikant een benzineniveau in de vlotterkamer opgeeft. Controleer in dat geval dit niveau m.b.v. een meetbuisje. Raadpleeg vooraf het werkplaatshandboek voor de exacte procedures van demontage en voor afmetingen van diverse onderdelen.

    Neem in het algemeen bij het demonteren van de carburateur de volgende punten in acht:

    => Tap de carburateur altijd eerst af en kijk ook wat eruit komt.
    => Zorg dat je beschikt over de juiste werkplaatsgegevens van de scooter/bromfiets.
    => Controleer voor het demonteren altijd of er geen sprake is van vacuümlekkage.
    => Sorteer de onderdelen die je demonteert zorgvuldig.
    => Controleer alle sproeiers op de doorlaat en de maat.


    Monteren en afstellen:

    Neem altijd het werkplaatshandboek aandachtig door voordat je begint met controleren en afstellen.
    Bij het afstellen moet de scooter/bromfiets recht staan.
    Smeer alle draaipunten, nadat je de carburateur in elkaar gezet hebt.
    Controleer de gangbaarheid van schuiven en assen stel de mengselschroeven af
    (op een standaardinstelling). Zoals al eerder is genoemd, is het erg belangrijk om vooraf te controleren of er vacuümlekkage is; met name bij de inlaatspruitstuk. Vaak is dit dan te merken aan het slecht terugvallen in toeren van de motor.

    We kunnen vacuümlekkage ook opsporen met hiervoor bestemde spray.
    Als er sprake is van vacuümlekkage, moet dit verholpen worden, voordat je de motor kunt afstellen (bijvoorbeeld door een pakking ,O-ring of een slang te vervangen).
    Het stationaire toerental mag uitsluitend bij een bedrijfswarme motor afgesteld worden. Je stelt het voorgeschreven toerental in door de stationaire regelschroef te verdraaien.
    Last edited by Flaming Rox; 21 April 2013, 09:55.

Footer Ad Widget

Collapse

Unconfigured Static HTML Module

Collapse

Static HTML Module Content
Working...
X